Jacobus Cuchlinus (zoon van Hermannus) (1619 - 1697)
|
Cuchlinus, Jacobus
Geboren te Leiden in 1619, als zoon van Hermannus Cuchlinus, predikant aldaar; studie te Leiden (imm. 29-01-1637, theologie); predikant te Hengelo 1643; door de GKV beroepen naar Oss, bevestigd 25-10-1648; 's-Hertogenbosch, bevestigd 21-09-1651; vanaf 28-10-1664 ook hoogleraar Grieks aan de Illustere School te 's-Hertogenbosch; emeritus 28-11-1696; overleden te 's-Hertogenbosch 18-11-1697.
De grote kerkelijke vergadering van 's-Hertogenbosch I (1985) 35-36
|
| |
30-04-1643 predikant Hengelo (Ov)
25-10-1648 predikant Oss
06-09-1651 predikant 's-Hertogenbosch (tevens hoogleraar 1664 tot emer. 1696)
00-00-1696 emeritus
|
| |
|
Jacobus Cuchlinus
Classis: 's-Hertogenbosch
Plaats: 's-Hertogenbosch
Periode: 1651-1697
Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816
|
| |
|
Jacobus Kuchlinus
Door prof. dr. F.L.R. Sassen
Leiden 1619 - 's-Hertogenbosch 18 november 1697
Werd 29 januari 1637 te Leiden voor de theologie ingeschreven, fungeerde als predikant te Hengelo (Ov.) 1643, te Oss 1648 en werd 6 september 1651 te Den Bosch bevestigd. In hoedanigheid als predikant richtte hij 13 maart 1654 met zijn ambtgenoot C. Lemans (1599-1668)* en met majoor van Tuyll, ouderling en gedeputeerde van de Bossche kerkeraad, een verzoek tot Martinus Ackersdyck, stalhouder van de Hoogeschout, „dat de paepsche conventiculen beter mochten worden gestoort”; daarbij werd door hen aangedrongen op het „vangen van de paepen”.
Na het vertrek van Prof. Schuyl naar Leiden werd aan Kuchlinus 28 oktober 1664 tegen een salaris van ƒ 250,- het onderwijs in het Grieks aan de Illustre School opgedragen, waarmede sinds 1658 de rector van de Latijnse School, Johannes Vitriarius (overleden 1672) belast was geweest.
Toen Prof. Donckers in 1667 uit Den Bosch was vertrokken, werd het salaris van Kuchlinus op zijn verzoek verhoogd met de ƒ 250,-, die Donckers tot dan toe genoten had. Op een beroep naar Rotterdam (1668) ging hij niet in. In 1696 is hij met emeritaat gegaan.
| 216 |
|
Kuchlinus woonde in 1667 Achter 't Wiltvercken, later in de Peperstraat, en wel in een huis, dat had toebehoord aan de Beneficianten van de St. Janskerk, maar dat in 1629 met de andere kerkelijke goederen in beslag was genomen. Hij was tweemaal getrouwd. Eerst met Lidmaet Margaretha van Hoevel (overleden 19 februari 1665), daarna, juli 1667, met Magdalena Besemer. Zijn dochter uit het eerste huwelijk, Maria (1648/49-1679)* huwde te 's-Hertogenbosch, 29 november 1667 mr. Hendrik van Breugel (1637-1703)*, later pensionaris van 's-Hertogenbosch. Zijn zoon uit het tweede huwelijk, Cornelis Wilhelmus (1668-1701)* was advocaat te Den Bosch en stierf ongehuwd. Zijn dochter uit het tweede huwelijk, Catharina Jacoba (1672-1733)* huwde Prof. Abr. Chanfleury (Geertruidenberg (?) 1662/63 - Amsterdam 21 september 1714).
Kuchlinus' zoon Cornelis Wilhelmus erfde van zijn oom Cornelis Kuchlinus (Leiden 1616 - Den Bosch 8 augustus 1688), ontvanger der gemene middelen, oud-president-schepen en raad van Den Bosch, het terrein te Vught, waar tot 1629 het huis Sionsburg van de Commanderij der Duitse Orde gestaan had, met de bijbehorende gronden, waarvan Cornelis Kuchlinus Sr. in 1663 door aankoop van de Commandeur der Duitse Orde te Gemert eigenaar was geworden. Jacobus Kuchlinus verkocht echter 26 januari 1690 als voogd over zijn zoon Cornelis dit erfdeel aan Pieter de Koningh, commies-extra-ordinair van 's-Lands bovenkantoren.
De weduwe van Kuchlinus verkocht 28 augustus 1706 aan Beatrix van Susteren, echtgenote van Christiaan Beekvelt, een „fraaie, plaisante tuin met boomen en tuinhuisje” aan de St. Jorisstraat. In 1707 is zij, met attestatie van de Bossche Kerkeraad, vertrokken naar Amsterdam. Kuchlinus had bij testament van 25 januari 1687 alles wat hij in huwelijksgemeenschap met zijn eerste vrouw bezeten had, aan zijn schoonzoon mr. Hendrik van Breugel, toen reeds weduwnaar van zijn dochter uit het eerste huwelijk, overgelaten; al zijn andere bezittingen vermaakte hij aan de twee kinderen uit zijn tweede huwelijk.
| 217 |
| Literatuur |
| | BWPG V 294; C. van Breughel Douglas, Johannes Kuchlinus en zijne afstammelingen, Ned. Her., III (1886), 133-150; DE HAAS, Bossche Scholen van 1629 tot 1795 ('s-Hertogenbosch 1926) 125-127; DER AA, Het huis Zionsburg, vroeger Kommanderij Feucht in Noord-Brabant (Nijmegen 1843); HERMANS, Geschiedenis der Illustre en Latijnsche Scholen te 's-Hertogenbosch, van haar ontstaan in den jare 1630, tot hare opheffing in den jare 1848 (Amsterdam 1852) 16; HEZENMANS, De Commanderij der Duitsche Orde te Vucht ('s-Hertogenbosch 1887); HEZENMANS, 'De Commanderij der Duitse Orde te Vucht en de St. Antoniuskapel te 's-Hertogenbosch' in: Taxandria 16 ('s-Hertogenbosch 1909) 100; Ned. L., LI (1933), 120-122, 307-308; NNBW, Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek 1-10 (Leiden 1911-1937) II 355; SCHOENGEN / BOEREN, Monasticon Batavum (Amsterdam 1941-1942) II 200; VAN DER AA, Biographisch Woordenboek der Nederlanden (Haarlem 1852) III 912; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) I 418, 426; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) III 563; VELINGIUS, Redenvoering over de Illustre Schoole van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1760) 43. |
Levensberichten van de hoogleraren der Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810 (1969) 216-218
|
| |
| 1949 |
Van Alphen
Jacobus Cuchlinus
Gekomen van Oss 5 september 1651, emeritus 1697
Van Alphen's Nieuw Kerkelijk Handboek (1949) 264
|
| 1969 |
F.L.R. Sassen
Jacobus Kuchlinus
Leiden 1619 - 's-Hertogenbosch 18 november 1697
Levensberichten van de hoogleraren der Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810 (1969) 216
|
| |
| 1666 |
Resoluties Raad van State over 1648-1672
13 december 1666. Rekest van Jacobus CUCHLINUS predikant te 's-Hertogenbosch en professor in de Griekse taal. Na deliberatie en in acht genomen dat Laurentius DONCKERTS professor medicinae zich buiten het ressort van deze staat in Brabant zal gaan vestigen, en diens plaats dus vacant wordt, is besloten aan de suppliant een salarisverhoging toe te staan van 250 gulden, die men met voornoemde Donckerts was overeengekomen.

Henk Beijers Archiefcollectie [doc]
|
| 1668 |
Resoluties Raad van State over 1648-1672
16 juli 1668. Door het beroep van de predikant KUCHLINUS van 's-Hertogenbosch naar Rotterdam is de professie van de Griekse taal vacant. Het traktement wat daar bij hoor de nl. 500 gulden wordt teniet gedaan ['gemortificeert'] of opgeheven.

Henk Beijers Archiefcollectie [doc]
|
| |
|